Je hond heeft wellicht vrienden nodig, maar geen willekeurige interacties
Je kent ze vast wel: die hondenvelden waar flinke groepen honden rondrennen. Honden zijn zeker sociale dieren, waarbij contact met andere honden een sterke motivatie kan zijn om naar andere honden toe te willen. Dit kan soms zelfs voorrang krijgen op eten en slapen. Wetenschappelijk onderzoek heeft dit ook aangetoond: honden hebben veel baat bij sociale interacties voor hun motorische en sociale ontwikkeling.
Daarnaast is bekend dat honden die vanaf jonge leeftijd geïsoleerd zijn van hun moeder, vader en nestgenoten, en te vroeg uit het nest zijn gehaald, vaker sociale tekortkomingen vertonen en een groter risico hebben op sociale gedragsproblemen.
Dat betekent echter niet dat je hond dan maar zo veel mogelijk sociale interacties moet hebben, of dat een dagelijks bezoek aan het hondenveld met je pup automatisch zorgt voor een stabiele, sociale hond. Helaas spelen er nog veel meer factoren een rol. Onderzoek heeft namelijk ook aangetoond dat veel honden op losloopvelden een verhoogd cortisolniveau hebben. Cortisol is één van de belangrijkste stresshormonen. Vooral honden die een lagere houding aannamen, hadden gemiddeld een hogere cortisolwaarde. Observaties lieten bovendien zien dat minstens 98% van de honden meerdere stresssignalen vertoonde.
De conclusie was dan ook dat niet veel honden het écht naar hun zin hadden op het losloopveld. En dat is precies wat het wel zou moeten zijn, gezien de sociale functie die zo’n plek zou moeten hebben. Interacties met telkens weer nieuwe, onbekende honden geven veel honden dus juist stress.
We kunnen dit goed visualiseren door het te vergelijken met onze eigen situatie. Stel je voor dat je elke keer wanneer je naar je werk gaat, die dag met volledig onbekende mensen moet samenwerken. Of dat je kinderen elke dag naar een nieuwe school zouden moeten. Je overleeft zo’n dag waarschijnlijk wel, maar leuk is anders. Laat staan dat het plezier oplevert in je werk of dagelijkse bezigheden. De steeds opnieuw stijgende cortisolspiegel activeert bovendien het angstcentrum in de hersenen, waardoor honden reactiever kunnen worden, zelfs wanneer er later weer meer rust is. Hun basisvermogen om met sociale interacties om te gaan, raakt hierdoor verlegd.
Wat is wél normaal?
Om dit goed te vertalen naar onze huishond, kijken we vaak naar straathonden. Deze honden zwerven rond en hebben de vrijheid om hun eigen keuzes te maken. Ze leven vaak in sociale groepen en delen hun omgeving, voedselbronnen en slaapplekken met elkaar. Soms zoeken ze samen naar eten, kiezen ze ervoor om dicht bij elkaar te slapen of hebben ze interacties met elkaar. Dit kan spel zijn, maar ook verzorgend of informatief gedrag.
Honden buiten deze groep worden meestal gemeden. Als ze elkaar toch tegenkomen, zijn de reacties vaak twijfelend en bestaat het uit een mengeling van vlucht- en aanvalsgedrag. Er is sprake van een intern conflict, dat honden vaak proberen op te lossen via oversprong- of omgericht gedrag. Met een mooie term noemen we dit agonistisch gedrag.
Dit betekent dus dat honden meer waarde hechten aan sociale interacties binnen een bekende groep. Die interacties bestaan niet alleen uit spelen, maar ook uit samen onderzoeken, slapen en eten. Het heeft dan ook weinig voordeel of nut om steeds opnieuw interacties aan te gaan met honden buiten die groep, oftewel onbekende honden.
Met dit in gedachten: wat doen we onze honden aan door ze telkens weer naar het hondenveld te brengen? Vanuit het perspectief van de hond zou een vriendschap met bekende honden veel meer opleveren. Regelmatig afspreken met dezelfde hond (of honden) en samen een onderlinge band opbouwen, zorgt voor meer sociale rust en gemak.
Zoals eerder genoemd, bestaan sociale interacties niet alleen uit spel. Ze omvatten ook exploreren, slapen, verzorgen of simpelweg in elkaars nabijheid zijn terwijl ieder zijn eigen ding doet. Dit is vrijwel onmogelijk met een onbekende hond, maar met een bekende hond krijgt je hond hier juist de ruimte voor.
Een ander mooi voordeel van het opbouwen van een goede sociale band met een andere hond (of honden) is een toename in zelfvertrouwen. Hierdoor krijgt je hond meer grip op stressoren die hij kan ervaren. Dit noemen we sociale buffering. Samen kunnen honden situaties vaak beter en ontspannen oplossen.
Daarom is het belangrijk om je eigen hond goed te leren kennen. Niet alle honden zijn sociaal; sommige hebben negatieve (traumatische) ervaringen gehad of zijn te vroeg uit het nest gehaald. Daar kunnen we verder niets aan veranderen, maar het is absoluut niet erg als je hond liever niet in de buurt van andere honden wil zijn. Er zijn genoeg andere manieren om je hond een verrijkt en gelukkig leven te bieden.
Maar als je hond wél behoefte heeft aan sociaal contact, zorg dan voor een vaste vriend. Dit vraagt om goede begeleiding van ons als mens: het lezen van lichaamstaal en het bewaken van veiligheid en ontspanning, zodat honden in hun eigen tempo aan hun band kunnen werken. Wanneer er eenmaal een goede band is ontstaan, levert dit veel voordelen op voor de lange termijn.